Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ausprobieren
01
uitproberen
Etwas testen oder versuchen, um zu sehen, wie es funktioniert oder ob es gefällt
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
probieren
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
probiere aus
3e persoon enkelvoud
probiert aus
onvoltooid deelwoord
ausprobierend
onvoltooid verleden tijd
probierte aus
voltooid deelwoord
ausprobiert
Voorbeelden
Sie hat die App ausprobiert, aber sie gefiel ihr nicht.
Ze heeft de app uitgeprobeerd, maar ze vond het niet leuk.



























