ausrasten

Definitie en betekenis van "ausrasten"in het Duits

ausrasten
01

door het lint gaan, de controle verliezen

Sehr wütend oder aufgeregt werden und die Kontrolle verlieren
ausrasten definition and meaning
Voorbeelden
Sie ist ausgerastet, als sie die Nachricht hörte.
Ze vloog uit haar vel toen ze het nieuws hoorde.
02

losraken, uit de voegen schieten

sich plötzlich aus einer Halterung oder Führung lösen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
rasten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
raste aus
3e persoon enkelvoud
rastet aus
onvoltooid deelwoord
ausrastend
onvoltooid verleden tijd
rastete aus
voltooid deelwoord
ausgerastet
Voorbeelden
Die Kette ist ausgerastet.
De ketting is eraf gegaan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store