ausrasten
ausrasten
aʊ̯sʁastn
awsrastn
ausmistenausrüstenausrottenausrauben

Definitie en betekenis van "ausrasten"in het Duits

ausrasten
01

door het lint gaan, de controle verliezen

Sehr wütend oder aufgeregt werden und die Kontrolle verlieren 
ausrasten definition and meaning
Voorbeelden
Er ist gestern total ausgerastet. 

Gisteren is hij helemaal door het lint gegaan.

02

losraken, uit de voegen schieten

sich plötzlich aus einer Halterung oder Führung lösen 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
rasten
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
raste aus
3e persoon enkelvoud
rastet aus
onvoltooid deelwoord
ausrastend
onvoltooid verleden tijd
rastete aus
voltooid deelwoord
ausgerastet
Voorbeelden
Der Zahnriemen ist während der Fahrt ausgerastet. 

De distributieriem is losgeschoten tijdens het rijden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store