anvertrauen
Pronunciation
/ˈanfɛɐ̯ˌtʀaʊ̯ən/

Definitie en betekenis van "anvertrauen"in het Duits

anvertrauen
01

toevertrouwen, vertrouwen

Jemandem etwas Persönliches oder Wichtiges erzählen oder übergeben, weil man ihm vertraut
anvertrauen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
vertrauen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
anvertraue
3e persoon enkelvoud
anvertraut
onvoltooid deelwoord
anvertrauend
onvoltooid verleden tijd
vertraute an
voltooid deelwoord
anvertraut
Voorbeelden
Er vertraute seiner Freundin alles an.
Hij vertrouwde alles toe aan zijn vriendin.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store