visiter
vi
vi
vi
si
zi
zi
ter
te
te
visiteur

Definitie en betekenis van "visiter"in het Frans

visiter
01

bezoeken, bezichtigen

aller dans un endroit pour le voir et en apprendre plus 
visiter definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
visite
1e persoon meervoud
visitons
1e persoon toekomende tijd
visiterai
onvoltooid deelwoord
visitant
voltooid deelwoord
visité
1e persoon meervoud imperfectum
visions
Voorbeelden
Nous allons visiter un musée aujourd'hui. 

Vandaag gaan we een museum bezoeken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store