Le torchon
[gender: masculine]
01
vaatdoek, keukendoek
morceau de tissu utilisé pour nettoyer ou essuyer
Voorbeelden
J' ai essuyé les verres avec un torchon propre.
Ik heb de glazen afgedroogd met een schone doek.
02
onzin, nonsens
texte mal écrit ou sans valeur
Voorbeelden
Arrête d' écrire des torchons et fais un vrai travail !
Stop met het schrijven van troep en doe echt werk.
03
krant van slechte kwaliteit, artikel van lage kwaliteit
journal ou article de mauvaise qualité
Voorbeelden
Ils appellent ça du journalisme ? C' est un torchon !
Noemen ze dit journalistiek? Het is een krant van slechte kwaliteit!



























