Le tic
[gender: masculine]
01
tic, onwillekeurige spiersamentrekking
mouvement ou contraction musculaire involontaire et répétitif
Voorbeelden
Beaucoup d' enfants développent des tics passagers.
Veel kinderen ontwikkelen tijdelijke tics.
02
tic, gewoonte
mouvement ou habitude involontaire et répétitive, souvent nerveuse
Voorbeelden
Tout le monde remarque son tic de se toucher le nez en mentant.
Iedereen merkt zijn tic op om zijn neus aan te raken als hij liegt.



























