Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le terrain
01
terrein, grond
étendue de terre, souvent utilisée pour une activité spécifique
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
terrains
Voorbeelden
Le terrain de foot est prêt pour le match.
Het voetbalveld is klaar voor de wedstrijd.
02
terrein, perceel
une surface de terre délimitée, souvent destinée à la construction ou à la culture
Voorbeelden
Ils ont acheté un terrain pour construire une maison.
Ze kochten een perceel om een huis te bouwen.
03
veld, terrein
domaine ou champ d'activité, sujet, ou contexte dans lequel quelque chose se déroule
Voorbeelden
Il travaille dans le terrain de la médecine.
Hij werkt in het gebied van de geneeskunde.
04
bodem, grond
matière composée de particules minérales et organiques formant la surface de la terre
Voorbeelden
Le terrain est fertile et idéal pour cultiver des légumes.
De grond is vruchtbaar en ideaal voor het kweken van groenten.
05
terrein, gebied
zone géographique utilisée pour des opérations militaires ou des combats
Voorbeelden
Les soldats avancent sur le terrain ennemi.
De soldaten rukken op in vijandelijk terrein.



























