Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
tendance
01
trendy, in de mode
qui est à la mode, dans le style actuel
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
tendance
mannelijk meervoud
tendance
vrouwelijk enkelvoud
tendance
vrouwelijk meervoud
tendance
Voorbeelden
Elle porte une robe tendance pour la soirée.
Ze draagt een trendy jurk voor het feest.
La tendance
01
trend, mode
ce qui est à la mode ou suivi par beaucoup de personnes
Voorbeelden
Les blogs influencent souvent les tendances vestimentaires.
Blogs beïnvloeden vaak modetrends.
02
neiging, aanleg
disposition naturelle ou préférence pour certaines attitudes ou comportements
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
tendances
Voorbeelden
Il a une tendance à procrastiner.
Hij heeft een neiging tot uitstellen.
03
tendens, neiging
direction générale ou évolution de quelque chose
Voorbeelden
La tendance du marché immobilier est à la hausse.
De trend van de vastgoedmarkt is stijgend.



























