Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
susciter
01
opwekken, veroorzaken
faire naître ou provoquer quelque chose (réaction, sentiment, situation)
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
suscite
1e persoon meervoud
suscitons
1e persoon toekomende tijd
susciterai
onvoltooid deelwoord
suscitant
voltooid deelwoord
suscité
1e persoon meervoud imperfectum
suscitions
Voorbeelden
Le film suscite des questions importantes.
De film roept belangrijke vragen op.



























