suffire
Pronunciation
/syfiʀ/

Definitie en betekenis van "suffire"in het Frans

suffire
01

volstaan, voldoende zijn

être assez pour ce qui est nécessaire
suffire definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
suffis
1e persoon meervoud
suffisons
1e persoon toekomende tijd
suffirai
onvoltooid deelwoord
suffisant
voltooid deelwoord
suffi
1e persoon meervoud imperfectum
suffisions
Voorbeelden
Cela suffit, tu peux arrêter maintenant.
Genoeg, je kunt nu stoppen.
02

zichzelf genoeg zijn, zelfvoorzienend zijn

avoir tout ce qu'il faut pour vivre ou fonctionner sans aide extérieure
suffire definition and meaning
Voorbeelden
Elle n' a besoin de personne, elle se suffit.
Ze heeft niemand nodig, ze is zelfvoorzienend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store