Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
secouer
01
schudden, door elkaar schudden
mouvoir vivement dans divers sens
Voorbeelden
Le vent secoue les branches des arbres.
De wind schudt de takken van de bomen.
02
schudden, dooreenschudden
agiter violemment ou perturber profondément
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
secoue
1e persoon meervoud
secouons
1e persoon toekomende tijd
secouerai
onvoltooid deelwoord
secouant
voltooid deelwoord
secoué
1e persoon meervoud imperfectum
secouions
Voorbeelden
Les manifestants veulent secouer le système.
De demonstranten willen het systeem dooreenschudden.



























