Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sauvage
01
wild, ongetemd
qui vit dans la nature et n'est pas domestiqué
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus sauvage
vergrotende trap
plus sauvage
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
sauvage
mannelijk meervoud
sauvages
vrouwelijk enkelvoud
sauvage
vrouwelijk meervoud
sauvages
Voorbeelden
Les forêts abritent de nombreuses espèces sauvages.
Bossen herbergen tal van wilde soorten.
02
wild, brutaal
qui est brutal, violent ou rude
Voorbeelden
La mer est devenue sauvage pendant la tempête.
De zee werd wild tijdens de storm.
03
primitief, wild
qui est primitif, peu civilisé
Voorbeelden
Ses méthodes étaient jugées trop sauvages pour la société.
Zijn methoden werden als te wild voor de samenleving beschouwd.
Le sauvage
[gender: masculine]
01
eenling, kluizenaar
personne qui vit à l'écart des autres et évite le contact social
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
sauvages
Voorbeelden
Les sauvages sont souvent mal compris par la société.
De wilden worden vaak verkeerd begrepen door de samenleving.



























