Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
réparer
01
repareren
remettre en bon état quelque chose d'endommagé
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
répare
1e persoon meervoud
réparons
1e persoon toekomende tijd
réparerai
onvoltooid deelwoord
réparant
voltooid deelwoord
réparé
1e persoon meervoud imperfectum
réparions
Voorbeelden
Nous avons réparé la fuite d' eau nous - mêmes.
We hebben het waterlek zelf gerepareerd.
02
goedmaken, repareren
compenser une erreur ou un préjudice moral
Voorbeelden
Ce don ne pourra jamais réparer leur négligence passée.
Deze donatie zal hun vroegere verwaarlozing nooit kunnen herstellen.



























