Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rejoindre
01
deelnemen, toetreden
aller vers quelqu'un ou un groupe pour être avec eux
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
rejoins
1e persoon meervoud
rejoignons
1e persoon toekomende tijd
rejoindrai
onvoltooid deelwoord
rejoignant
voltooid deelwoord
rejoint
1e persoon meervoud imperfectum
rejoignions
Voorbeelden
Je vais rejoindre mes amis au café.
Ik ga mijn vrienden in het café ontmoeten.
02
afspreken, samenkomen
venir au même endroit pour être ensemble ou se rencontrer
Voorbeelden
Nous nous rejoignons au restaurant à huit heures.
We ontmoeten elkaar om acht uur in het restaurant.



























