prévoir
Pronunciation
/pʀevwaʀ/

Definitie en betekenis van "prévoir"in het Frans

prévoir
01

voorspellen, prognosticeren

dire ou penser à l'avance ce qui va se passer
prévoir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
prévois
1e persoon meervoud
prévoyons
1e persoon toekomende tijd
prévoirai
onvoltooid deelwoord
prévoyant
voltooid deelwoord
prévu
1e persoon meervoud imperfectum
prévoyions
Voorbeelden
Elle prévoit un grand succès pour son livre.
Ze voorziet een groot succes voor haar boek.
02

plannen

décider ou organiser à l'avance de faire quelque chose
prévoir definition and meaning
Voorbeelden
Est -ce que tu as prévu quelque chose pour ce week - end ?
Heb je iets gepland voor dit weekend?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store