prononcer
Pronunciation
/pʀɔnɔ̃se/

Definitie en betekenis van "prononcer"in het Frans

prononcer
01

uitspreken, articuleren

dire un mot ou une phrase de manière compréhensible
prononcer definition and meaning
example
Voorbeelden
Les enfants apprennent à prononcer les lettres.
De kinderen leren de letters uit te spreken.
02

uitspreken, zeggen

dire ou formuler une parole, un discours
prononcer definition and meaning
example
Voorbeelden
Les étudiants prononcent leurs textes devant la classe.
De studenten spreken hun teksten voor de klas uit.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store