plancher
plancher
plɑ̃ʃe
plaashe
planquerplanchéier

Definitie en betekenis van "plancher"in het Frans

plancher
01

hard werken, zich intensief inspannen

fournir un effort intense ou travailler avec acharnement 
plancher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
planche
1e persoon meervoud
planchons
1e persoon toekomende tijd
plancherai
onvoltooid deelwoord
planchant
voltooid deelwoord
planché
1e persoon meervoud imperfectum
planchions
Voorbeelden
Il a planché toute la semaine sur ce projet. 

Hij werkte hard de hele week aan dit project.

01

vloer, plafond

surface horizontale sur laquelle on marche à l'intérieur d'un bâtiment 
le plancher definition and meaning
Voorbeelden
Le plancher de la salle est en bois. 

De vloer van de kamer is van hout.

02

vloer, minimum niveau

niveau minimal, souvent utilisé pour désigner le salaire ou une limite réglementaire 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
planchers
Voorbeelden
Le plancher salarial a été augmenté cette année. 

Het minimumloon is dit jaar verhoogd.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store