partir
01
vertrekken, weggaan
quitter un lieu pour aller ailleurs
Voorbeelden
Nous partons en train pour Lyon.
We vertrekken met de trein naar Lyon.
02
loskomen, zich afscheiden
e détacher ou se séparer de quelque chose
Voorbeelden
Le bouchon est parti tout seul.
De kurk is vanzelf losgekomen.



























