parler
Pronunciation
/paʀle/

Definitie en betekenis van "parler"in het Frans

parler
01

spreken, praten

exprimer des idées, des sentiments ou des informations oralement
parler definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
parle
1e persoon meervoud
parlons
1e persoon toekomende tijd
parlerai
onvoltooid deelwoord
parlant
voltooid deelwoord
parlé
1e persoon meervoud imperfectum
parlions
Voorbeelden
Elle parle souvent au téléphone avec ses amis.
Ze praat vaak aan de telefoon met haar vrienden.
01

spreken, toespraak

le fait de parler, en tant qu'acte physique ou communication verbale
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Le bébé commence à développer le parler.
De baby begint het spreken te ontwikkelen.
02

spraak, taal

manière propre à une personne, un groupe ou une région de s'exprimer oralement
Voorbeelden
Le parler du Québec est différent du français de France.
De spreektaal van Quebec verschilt van het Frans van Frankrijk.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store