nuancer
Pronunciation
/nɥɑ̃se/

Definitie en betekenis van "nuancer"in het Frans

nuancer
01

nuanceren, verfijnen

exprimer quelque chose avec précision en montrant les différences ou les détails subtils
nuancer definition and meaning
Voorbeelden
Tu dois nuancer ton jugement : ce n' est pas tout blanc ou tout noir.
Je moet je oordeel nuanceren: het is niet alles zwart of wit.
02

nuanceren, schakeringen aanbrengen

ajouter de légères différences de couleur ou de ton pour créer des contrastes subtils
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
nuance
1e persoon meervoud
nuancions
1e persoon toekomende tijd
nuancerai
onvoltooid deelwoord
nuançant
voltooid deelwoord
nuancé
1e persoon meervoud imperfectum
nuancions
Voorbeelden
Le maquillage doit nuancer les traits sans les masquer.
Make-up moet de kenmerken nuanceren zonder ze te verbergen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store