naviguer
na
na
na
vi
vi
vi
guer
ge
ge

Definitie en betekenis van "naviguer"in het Frans

naviguer
01

varen, zeilen

conduire ou diriger un bateau, un navire ou un autre type d'embarcation sur l'eau 
naviguer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
navigue
1e persoon meervoud
naviguons
1e persoon toekomende tijd
naviguerai
onvoltooid deelwoord
naviguant
voltooid deelwoord
navigué
1e persoon meervoud imperfectum
naviguions
Voorbeelden
Ils ont navigué sur la Méditerranée pendant deux semaines. 

Ze voeren twee weken lang op de Middellandse Zee.

02

surfen, verkennen

se déplacer d'une page à une autre sur Internet pour trouver des informations ou explorer du contenu 
Voorbeelden
Je navigue sur Internet pour chercher des recettes. 

Ik surf op internet om recepten te zoeken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store