mesurer
mesurer
məzyʁe
mēzyre

Definitie en betekenis van "mesurer"in het Frans

mesurer
01

meten

déterminer la taille , la longueur, la hauteur ou une dimension de quelque chose 
mesurer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
mesure
1e persoon meervoud
mesurons
1e persoon toekomende tijd
mesurerai
onvoltooid deelwoord
mesurant
voltooid deelwoord
mesuré
1e persoon meervoud imperfectum
mesurions
Voorbeelden
Il faut mesurer la longueur de la table avant d'acheter une nappe. 

Je moet de lengte van de tafel meten voordat je een tafelkleed koopt.

02

meten, lang zijn

avoir une certaine taille en hauteur 
mesurer definition and meaning
Voorbeelden
Elle mesure un mètre soixante. 

Ze meet een meter zestig.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store