Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
malade
01
ziek, ongesteld
qui a une maladie, qui ne se sent pas bien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus malade
vergrotende trap
plus malade
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
malade
mannelijk meervoud
malades
vrouwelijk enkelvoud
malade
vrouwelijk meervoud
malades
Voorbeelden
Il est malade depuis hier.
Hij is sinds gisteren ziek.
02
defect, gebrekkig
qui ne fonctionne pas bien, qui a un défaut
Voorbeelden
Ce téléphone est malade, il ne marche pas correctement.
Deze telefoon is defect, hij werkt niet goed.



























