Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
malade
01
ziek, ongesteld
qui a une maladie, qui ne se sent pas bien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus malade
vergrotende trap
plus malade
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
malade
mannelijk meervoud
malades
vrouwelijk enkelvoud
malade
vrouwelijk meervoud
malades
Voorbeelden
Le garçon est resté à la maison parce qu' il était malade.
De jongen bleef thuis omdat hij ziek was.
02
defect, gebrekkig
qui ne fonctionne pas bien, qui a un défaut
Voorbeelden
Un produit malade doit être remplacé.
Een defect product moet worden vervangen.



























