Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
libérer
01
ontruimen, vrijmaken
rendre un espace disponible en le quittant
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
libère
1e persoon meervoud
libérons
1e persoon toekomende tijd
libérerai
onvoltooid deelwoord
libérant
voltooid deelwoord
libéré
1e persoon meervoud imperfectum
libérions
Voorbeelden
La police a libéré les lieux après l' enquête.
De politie heeft de plaats vrijgegeven na het onderzoek.
02
zich bevrijden, ontsnappen
s'échapper physiquement ou émotionnellement
Voorbeelden
L' oiseau s' est libéré de sa cage.
De vogel bevrijdde zich uit zijn kooi.



























