libérer
01
ontruimen, vrijmaken
rendre un espace disponible en le quittant
Voorbeelden
La police a libéré les lieux après l' enquête.
De politie heeft de plaats vrijgegeven na het onderzoek.
02
zich bevrijden, ontsnappen
s'échapper physiquement ou émotionnellement
Voorbeelden
L' oiseau s' est libéré de sa cage.
De vogel bevrijdde zich uit zijn kooi.



























