Le justificatif
[gender: masculine]
01
bewijsstuk, justificatiedocument
document qui sert à prouver ou justifier quelque chose
Voorbeelden
Les employés doivent présenter un justificatif pour leurs absences.
De werknemers moeten een bewijsstuk voor hun afwezigheid overleggen.
justificatif
01
rechtvaardigend, bewijzend
qui sert à justifier ou prouver quelque chose
Voorbeelden
Il a présenté une note justificative pour son absence.
Hij presenteerde een verklarende notitie voor zijn afwezigheid.



























