Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
habillé
01
elegant, formeel
qui est soigné, chic ou correspondant à une tenue formelle
Voorbeelden
Pour une occasion spéciale, il faut un look habillé.
Voor een speciale gelegenheid is een net uiterlijk nodig.
02
gekleed, netjes gekleed
qui porte des vêtements, souvent élégants ou appropriés à la situation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
le plus habillé
vergrotende trap
plus habillé
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
habillé
mannelijk meervoud
habillés
vrouwelijk enkelvoud
habillée
vrouwelijk meervoud
habillées
Voorbeelden
Les enfants sont bien habillés pour l' école.
De kinderen zijn goed gekleed voor school.



























