Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grincer
01
kraken, piepen
produire un son aigu et désagréable par frottement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
grince
1e persoon meervoud
grinçons
1e persoon toekomende tijd
grincerai
voltooid deelwoord
grincé
1e persoon meervoud imperfectum
grincions
Voorbeelden
J' entends les freins qui grincent.
Ik hoor de remmen piepen.
02
knarsen, kraken
frotter les dents les unes contre les autres involontairement
Voorbeelden
J' ai entendu le patient grincer des dents pendant l' opération.
Ik hoorde de patiënt tijdens de operatie met zijn tanden knarsen.



























