Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grimper
01
klimmen, beklimmen
monter en utilisant les mains et les pieds
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
grimpe
1e persoon meervoud
grimpons
1e persoon toekomende tijd
grimperai
onvoltooid deelwoord
grimpant
voltooid deelwoord
grimpé
1e persoon meervoud imperfectum
grimpions
Voorbeelden
Les enfants grimpent aux arbres dans le parc.
De kinderen klimmen in bomen in het park.



























