Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
entamer
01
beginnen, aanvangen
commencer quelque chose progressivement
Voorbeelden
Le gouvernement entame des réformes importantes.
De regering entama belangrijke hervormingen.
02
beginnen te gebruiken, beginnen te consumeren
commencer à consommer ou utiliser quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
entame
1e persoon meervoud
entamons
1e persoon toekomende tijd
entamerai
voltooid deelwoord
entamé
1e persoon meervoud imperfectum
entamions
Voorbeelden
Nous avons entamé nos provisions de voyage.
We zijn begonnen met het gebruiken van onze reisvoorraden.
03
beschadigen, aantasten
porter atteinte à quelque chose, diminuer sa valeur ou son intégrité
Voorbeelden
Les scandales ont entamé la crédibilité du politicien.
De schandalen hebben de geloofwaardigheid van de politicus aangetast.
04
een stuk afsnijden, een deel nemen
prendre ou couper une partie d'un tout
Voorbeelden
Nous avons entamé le fromage pour l' apéritif.
We sneden de kaas aan voor het aperitief.



























