Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
détruire
01
vernietigen, verwoesten
abîmer ou réduire complètement un objet, un bâtiment ou un lieu
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
détruis
1e persoon meervoud
détruisons
1e persoon toekomende tijd
détruirai
onvoltooid deelwoord
détruisant
voltooid deelwoord
détruit
1e persoon meervoud imperfectum
détruisions
Voorbeelden
Le vieux bâtiment a été détruit pour laisser place à un parking.
Het oude gebouw werd vernietigd om plaats te maken voor een parkeerplaats.
02
vernietigen, wegvagen
anéantir, effacer ou supprimer quelque chose complètement
Voorbeelden
La maladie a détruit l' espèce rare.
De ziekte vernietigde de zeldzame soort.
03
zichzelf vernietigen, zichzelf kapotmaken
mettre sa propre vie en danger ou se nuire gravement à soi-même
Voorbeelden
Les excès peuvent détruire quelqu' un physiquement et moralement.
Excessen kunnen iemand fysiek en moreel vernietigen.



























