détester
Pronunciation
/detɛste/

Definitie en betekenis van "détester"in het Frans

détester
01

haten, verafschuwen

ne pas aimer du tout, avoir un fort rejet
détester definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
déteste
1e persoon meervoud
détestons
1e persoon toekomende tijd
détesterai
onvoltooid deelwoord
détestant
voltooid deelwoord
détesté
1e persoon meervoud imperfectum
détestions
Voorbeelden
Ils détestent être en retard.
Haten te laat te zijn.
02

elkaar haten, wederzijds verafschuwen

avoir une forte aversion mutuelle
Voorbeelden
Mes voisins se détestent et ne se parlent jamais.
Mijn buren haten elkaar en praten nooit.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store