Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
durer
01
duren, voortduren
continuer pendant un certain temps, ne pas s'interrompre
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dure
1e persoon meervoud
durons
1e persoon toekomende tijd
durerai
onvoltooid deelwoord
durant
voltooid deelwoord
duré
1e persoon meervoud imperfectum
durions
Voorbeelden
La réunion a duré deux heures.
De vergadering duurde twee uur.
02
duren, standhouden
rester en bon état pendant un certain temps
Voorbeelden
Ces chaussures durent très longtemps.
Deze schoenen houden heel lang.



























