Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
disparaître
01
verdwijen, verdwijnen
cesser d'exister ou cesser d'être visible
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
disparais
1e persoon meervoud
disparaissons
1e persoon toekomende tijd
disparaîtrai
onvoltooid deelwoord
disparaissant
voltooid deelwoord
disparu
1e persoon meervoud imperfectum
disparaissions
Voorbeelden
Le ballon a disparu dans le ciel.
De ballon verdween in de lucht.
02
verdwijen, verdwijnen
ne plus exister ou être détruit
Voorbeelden
Si la forêt brûle, tout l' écosystème disparaît.
Als het bos brandt, verdwijnt het hele ecosysteem verdwijnt.



























