discuter
01
bespreken, praten
parler avec une ou plusieurs personnes pour exprimer et écouter des opinions
Voorbeelden
Nous avons discuté pendant des heures hier soir.
We hebben gisteravond urenlang gediscussieerd.
02
discussiëren, bespreken
examiner un sujet sérieusement en confrontant des arguments
Voorbeelden
Le comité a longuement discuté ce point.
De commissie heeft dit punt uitgebreid besproken.
03
bespreekbaar zijn, ter discussie staan
être ouvert à la discussion, à la remise en question
Voorbeelden
Tout se discute, rien n' est figé.
Alles wordt besproken, niets is vastgelegd.



























