le clocher
clo
klɔ
klaw
cher
ʃe
she
clichercocher

Definitie en betekenis van "clocher"in het Frans

01

klokkentoren, kerktoren

tour d'une église où se trouvent les cloches 
le clocher definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
clochers
Voorbeelden
Le clocher de l'église est très ancien. 

De klokkentoren van de kerk is erg oud.

clocher
01

falen, niet goed functioneren

avoir un problème, ne pas fonctionner correctement 
clocher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
cloche
1e persoon meervoud
clochons
1e persoon toekomende tijd
clocherai
voltooid deelwoord
cloché
1e persoon meervoud imperfectum
clochions
Voorbeelden
Ce système cloche souvent. 

Dit systeem faalt vaak.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store