Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le clocher
01
klokkentoren, kerktoren
tour d'une église où se trouvent les cloches
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
clochers
Voorbeelden
Le clocher de l'église est très ancien.
De klokkentoren van de kerk is erg oud.
clocher
01
falen, niet goed functioneren
avoir un problème, ne pas fonctionner correctement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
cloche
1e persoon meervoud
clochons
1e persoon toekomende tijd
clocherai
voltooid deelwoord
cloché
1e persoon meervoud imperfectum
clochions
Voorbeelden
Ce système cloche souvent.
Dit systeem faalt vaak.



























