changer
01
veranderen, wijzigen
faire en sorte que quelque chose devienne différent, altérer ou transformer un aspect
Voorbeelden
Tu dois changer ta manière de travailler.
Je moet je manier van werken veranderen.
02
zich omkleden, kleren wisselen
enlever des vêtements et en mettre d'autres
Voorbeelden
Nous nous changeons pour la soirée.
We kleden ons om voor de avond.
03
veranderen, wijzigen
devenir différent, évoluer avec le temps
Voorbeelden
La ville a beaucoup changé ces dernières années.
De stad is de afgelopen jaren erg veranderd.



























