camper
camper
kɑ̃pe
kaape
campeurcamer

Definitie en betekenis van "camper"in het Frans

camper
01

kamperen, een kamp opzetten

installer un camp, souvent avec une tente, pour dormir en plein air 
camper definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
campe
1e persoon meervoud
campons
1e persoon toekomende tijd
camperai
onvoltooid deelwoord
campant
voltooid deelwoord
campé
1e persoon meervoud imperfectum
campions
Voorbeelden
Nous allons camper au bord du lac ce week-end. 

We gaan dit weekend kamperen aan het meer.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store