bander
Pronunciation
/bɑ̃dˈe/

Definitie en betekenis van "bander"in het Frans

bander
01

verbinden, inzwachtelen

entourer une partie du corps avec un bandage pour protéger ou soutenir
bander definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
bande
1e persoon meervoud
bandons
1e persoon toekomende tijd
banderai
voltooid deelwoord
bandé
1e persoon meervoud imperfectum
bandions
Voorbeelden
Il faut bien bander la plaie pour éviter l' infection.
Men moet de wond goed verbinden om infectie te voorkomen.
02

strak buigen, krachtig krommen

plier ou courber quelque chose avec force
Voorbeelden
Le bois a bandé sous la pression.
Het hout boog onder de druk.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store