Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La bande
01
verband, zwachtel
ruban de tissu servant à entourer une partie du corps blessée ou à maintenir un pansement
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
bandes
Voorbeelden
L'infirmière a posé une bande autour de son bras.
De verpleegster deed een verband om zijn arm.
02
band, magneetband
ruban magnétique contenu dans une cassette ou utilisé pour enregistrer du son ou de la vidéo
Voorbeelden
J'ai trouvé une vieille bande de musique dans le grenier.
Ik heb een oude muziek-band op zolder gevonden.
03
band, frequentieband
portion de fréquences utilisée pour les transmissions radio, télé ou radar
Voorbeelden
Cette station émet sur la bande FM.
Dit station zendt uit op de FM-band.
04
troep, bende
groupe d'animaux (ou de personnes) qui vivent, se déplacent ou agissent ensemble
Voorbeelden
Une bande de loups a été aperçue dans la forêt.
Een roedel wolven werd gespot in het bos.



























