La balance
[gender: feminine]
01
evenwicht, balans
état d'équilibre entre des éléments opposés
Voorbeelden
La balance écologique de cette forêt est fragile.
Het ecologische evenwicht van dit bos is kwetsbaar.
02
weegschaal, balans
appareil pour mesurer le poids
Voorbeelden
La marchande utilise une balance à plateau pour les fruits.
De verkoopster gebruikt een weegschaal met schaal voor fruit.
03
informant, verklikker
personne qui donne des informations à la police
Voorbeelden
Les dealers se méfient toujours des balances.
Drugsdealers wantrouwen altijd informanten.
04
Weegschaal, het sterrenbeeld Weegschaal
septième signe du zodiaque (23 septembre - 22 octobre)
Voorbeelden
En astrologie, la Balance représente l' équilibre.
In de astrologie staat Weegschaal voor evenwicht.



























