Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
bafouiller
01
stotteren, stamelen
dire quelque chose de façon confuse, en hésitant ou en mélangeant les mots
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
bafouille
1e persoon meervoud
bafouillons
1e persoon toekomende tijd
bafouillerai
onvoltooid deelwoord
bafouillant
voltooid deelwoord
bafouillé
1e persoon meervoud imperfectum
bafouillions
Voorbeelden
Les enfants bafouillent en apprenant de nouveaux mots.
De kinderen stotteren terwijl ze nieuwe woorden leren.



























