Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
assister
01
bijwonen, aanwezig zijn
être présent à un événement ou une activité
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
assiste
1e persoon meervoud
assistons
1e persoon toekomende tijd
assisterai
onvoltooid deelwoord
assistant
voltooid deelwoord
assisté
1e persoon meervoud imperfectum
assistions
Voorbeelden
Nous avons assisté à la représentation théâtrale.
We hebben de theatervoorstelling bijgewoond.



























