assister
Pronunciation
/asiste/

Definitie en betekenis van "assister"in het Frans

assister
01

bijwonen, aanwezig zijn

être présent à un événement ou une activité
assister definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
assiste
1e persoon meervoud
assistons
1e persoon toekomende tijd
assisterai
onvoltooid deelwoord
assistant
voltooid deelwoord
assisté
1e persoon meervoud imperfectum
assistions
Voorbeelden
Nous avons assisté à la représentation théâtrale.
We hebben de theatervoorstelling bijgewoond.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store