angoisser
01
verontrusten, angst aanjagen
provoquer de l'inquiétude ou de la peur chez quelqu'un
Voorbeelden
La situation économique angoisse beaucoup de citoyens.
De economische situatie verontrust veel burgers.
02
angstig maken
ressentir de l'inquiétude ou de la peur
Voorbeelden
Je m' angoisse quand je dois parler en public.
Ik raak in angst wanneer ik in het openbaar moet spreken.



























