habilehistorique
van 2
habilehistorique
habile[adj]

bekwaam,handig

habilement[adv]

bekwaam,handig

habillé[adj]

gekleed,netjes gekleed

habillement[n]
habiller[v]

aankleden,kleding aantrekken bij

habitant[n]

inwoner,bewoner

habitat[n]

habitat,natuurlijke leefomgeving

habitation[n]

woning,verblijf

habiter[v]

wonen in,leven in

habitude[n]

gewoonte,gewoonte

habitudes alimentaires[n]

eetgewoonten,voedingsgewoonten

hache[n]

bijl,handbijl

hacher[v]

hakken,fijnsnijden

hachette[n]

bijltje,kleine bijl

hachoir[n]

vleesmolen,vleesvermaler

hack[n]
haie[n]
haine[n]

haat,afkeer

haïr[v]

haten

hall[n]

hal,entree

hall d'entrée[n]

entreehal,vestibule

haltère[n]

halter,gewicht

haltérophilie[n]

gewichtheffen,krachttraining

hamac[n]

hangmat,hangbed

hamburger[n]

hamburger

hamster[n]

hamster,goudhamster

hanche[n]

heup,heupgewricht

handball[n]

handbal,handbalspel

handicap[n]

handicap,beperking

handicapant[adj]

beperkend,handicapveroorzakend

handicapé[adj][n]

gehandicapt,invalide • persoon met een handicap,gehandicapte

hang drum[n]

hang drum,hang

hanté[adj]

bezeten,spookachtig

harcèlement[n]
hardiment[adv]

moedig,onverschrokken

haricot[n]

boon,sperzieboon

haricot vert[n]

groene bonen,sperziebonen

harmonica[n]

mondharmonica,harmonica

harmonie[n]

harmonie,eendracht

harmonieux[adj]

harmonisch,melodisch

harmonisation[n]
harmoniser[v]
harnais[n]

parachuteharnas,valschermharnas

harpe[n]

harp,Keltische harp

hasardeux[adj]

riskant,gevaarlijk

hâte[n]

haast,urgentie

hâter[v]

versnellen,haasten

hausse[n]

stijging,toename

hausser les épaules[phrase]
haut[adj][n][adv]

hoog,verheven • bloes,t-shirt • hoog,boven

haut vol[adj]

hoogvliegend,zeer succesvol

haut-parleur[n]

luidspreker,box

hautbois[n]

hobo,houtblaasinstrument hobo

hauteur[n]

hoogte,verheffing

hebdomadaire[n][adj]

weekblad,weekmagazine • wekelijks,elke week

hébergement[n]

accommodatie,huisvesting

hébraïque[adj]
hectare[n]

hectare

hélice[n]

propeller,schroef

hélicoptère[n]

helikopter

hémisphère[n]

halfrond,helft van een bol

hendécagone[n]

hendecagoon,elfhoek

hennir[v]

hinniken,schreeuwen

heptagone[n]

zevenhoek,veelhoek met zeven zijden

herbe[n]

gras,weide

herbivore[n][adj]

herbivoor,planteneter • plantenetend,die zich voedt met planten

hérédité[n]
hérésie[n]
hérisson[n]
héritage[n]

erfenis,nalatenschap

héroïne[n]

heldin,vrouwelijke hoofdpersoon

héroïque[adj]
héros[n]

hoofdpersoon,protagonist

hésitant[adj]

aarzelaar,twijfelachtig

hésitation[n]

aarzeling,twijfel

hésiter[v]

aarzelen

heure[n]

uur,moment

heureusement[adv]

gelukkig,bij geluk

heureux[adj]

gelukkig,blij

heureux comme un poisson dans l'eau[phrase]
heurt[n]
heurter[v]

botsen,slaan

hexagonal[adj][n]

zeshoekig,hexagonaal • hexagonaal,metropool Fransman

hexagone[n]

de Zeshoek,het zeshoekige Frankrijk

hexagramme[n]

hexagram,zespuntige ster

hi-fi[n]

hoogwaardig geluidssysteem,hi-fi-systeem

hiberner[v]

overwinteren,winterslaap houden

hibou[n]

uil,kerkuil

hideux[adj]

afschuwelijk,weerzinwekkend

hier[adv]

gisteren,de vorige dag

hiérarchie[n]

hiërarchie,hiërarchische structuur

hilare[adj]

vrolijk,lachend

hip-hop[n]

hiphop,hip hop

hippocampe[n]

zeepaardje,hippocampus

hippopotame[n]

nijlpaard,nijlpaard

hirondelle[n]

zwaluw,gierzwaluw

histoire[n]

geschiedenis,geschiedenis

historien[n]

historicus

historiographie[n]
historique[adj]

historisch,geschiedkundig

LanGeek
Download de App