gâchergigoter
van 3
gâchergigoter
gâcher[v]
gadget[n]

gadget,apparaat

gaffe[n]

blunder,flater

gag[n]

korte grap,gag

gagnant[n]
gagner[v]

verdienen,ontvangen

gagner du temps[phrase]
gagner sa vie[phrase]
gai comme un pinson[phrase]
gaieté[n]

vrolijkheid,opgewektheid

galerie[n]

galerij,gang

galette[n]
gameplay[n]

gameplay,spelmechanica

gamer[n]

speler,speelster

gamin[n]
gamme[n]

toonladder,schaal

gangster[n]
gant[n]

handschoen,want

gant de cuisine[n]

keukenhandschoen,ovenhandschoen

gants[n]

handschoenen,want

garage[n]

garage,autostalling

garagiste[n]

monteur,garagist

garçon[n]

jongen,knaap

garde[n]

wachter,bewaker

garde à vue[n]

politiehechtenis,politiebewaring

garde-manger[n]

geventileerde voorraadkast,voedselkast

garde-robe[n]

garderobe,kledingkast

garder[v]

bewaren,houden

gardien[n]

bewaker,wachter

gare[n]

treinstation

garer[v]

parkeren,stallen

gargote[n]
garnir[v]

vullen,bedekken

garniture[n]

garnituur,versiering

gaspillage[n]

verspilling,verkwisting

gaspiller[v]

verspillen, verkwisten

gastronomie[n]

gastronomie,culinaire kunst

gastronomique[adj]

gastronomisch,culinair

gâteau[n]

taart,gebak

gâteau au fromage[n]

kaastaart,cheesecake

gauche[adj][n]

links,linker • links,linkerkant

gaufre[n]

wafel,gaufre

gaufrier[n]

wafelijzer,wafelmaker

gaver[v]

dwangvoederen,overvoeden

gaz[n]
gazelle[n]

gazelle,antilope

gazeux[adj]
gazon[n]

gras,gazon

gazouiller[v]

tjilpen,kwetteren

geai bleu[n]

blauwe gaai,blauwe ekster

géant[n][adj]

reus,gigant • reusachtig,gigantisch

gecko[n]

gekko,nachtgekko

gel[n]

vorst,rijp

gel douche[n]

douchegel,vloeibare zeep voor onder de douche

gélatine[n]

gelatine,geleringsmiddel

gelato[n]

Italiaans ijs,gelato

gelée[n]

rijp,vorst

geler[v]

bevriezen,vriezen

gelinotte[n]

hazelhoen,boshoen

gélule[n]

capsule,pil

gemme[n]

edelsteen,juweel

gênant[adj]

gênant,ongemakkelijk

gencive[n]

tandvlees,gingiva

gendre[n]

schoonzoon,de echtgenoot van mijn dochter

gène[n]

gen

gêne[n]
généalogie[n]
gêner[v]

in verlegenheid brengen,storen

généraliser[v]
généraliste[adj][n]

algemeen,niet gespecialiseerd • huisarts,algemeen arts

généreux[adj]

gul,vrijgevig

générique[n][adj]

aftiteling,voortiteling • algemeen,generiek

génétique[n][adj]

genetica,erfelijkheidsleer • genetisch,erfelijk

génétiquement[adv]
génial[adj]

briljant,geniaal

génie[n]

genie,talent

genou[n]

knie,been-gewricht

genoux[n]

schoot,knieën (bij zitten)

genre[n]

genre,soort

gens[n]

mensen,personen

gentil[adj]

aardig,vriendelijk

gentillesse[n]
géographie[n]

geografie

géographique[adj]
géométrie[n]

geometrie,geometrie

gerbe[n]

garve,bundel

gérer[v]

beheren,leiden

gériatrie[n]

geriatrie,ouderengeneeskunde

germanophone[adj]
germe[n]
germination[n]
gestation pour autrui[n]

draagmoederschap,surrogaatmoederschap

geste[n]

gebaar,beweging

gesticuler[v]

gebaren maken,zwaaien met de handen

gestion[n]

beheer,management

gestionnaire[n]
gibier[n]

wild,wildbraad

giboulée[n]

bui,stortbui

gigantesque[adj]

gigantisch,kolossaal

gigoter[v]

wriemelen,spartelen

LanGeek
Download de App