Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pulir
01
polijsten, glad maken
dar forma o suavidad a una superficie frotándola
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
pulí
3e persoon enkelvoud
pule
onvoltooid deelwoord
puliendo
onvoltooid verleden tijd
pulió
voltooid deelwoord
pulido
Voorbeelden
El joyero pulió el anillo de oro.
De juwelier polijstte de gouden ring.



























