Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
resumir
01
samenvatten
expresar lo más importante de un texto, discurso o información de manera breve
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
resumo
3e persoon enkelvoud
resume
onvoltooid deelwoord
resumiendo
onvoltooid verleden tijd
resumió
voltooid deelwoord
resumido
Voorbeelden
Los estudiantes deben resumir la lección antes del examen.
De studenten moeten de les voor het examen samenvatten.



























