Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
manejar
01
besturen, rijden
conducir un vehículo
Voorbeelden
Manejar de noche puede ser peligroso si hay poca luz.
Rijden 's nachts kan gevaarlijk zijn als er weinig licht is.
02
beheren, besturen
administrar o supervisar algo
Voorbeelden
Aprendió a manejar sus finanzas personales.
Hij leerde zijn persoonlijke financiën te beheren.



























